| Inbakeren |
| Wat is inbakeren? |
| Bij het inbakeren wordt een kind dat te slapen wordt gelegd, door een of twee doeken van schouders tot tenen zodanig begrensd, dat zijn lichaamsbewegingen worden beperkt. Het onwillekeurig gemaai van armen en benen wordt bij de grens van de doeken gestopt. De voortdurende zelfstimulering door deze bewegingen, waardoor het kind zichzelf uit de slaap houdt, wordt hierdoor tegengegaan. Het kind kan zich nu gemakkelijker aan de slaap overgeven. |
| Waarom inbakeren? |
| Steeds vaker vertonen jongere kinderen tekenen van oververmoeidheid en jengelgedrag. De leeftijd van drie weken is niet uitzonderlijk. Vaak is dit het gevolg van een onregelmatig slaap- en drinkpatroon. Dit kan bijvoorbeeld ontstaan door het onvoldoende verstaan van de lichaamstaal van de pasgeborene, door het in bed “vrij” laten van het kind door losjes of niet onderstoppen van de deken, en door het achterwege laten van de slaapzak. Sommige kinderen kunnen goed met onregelmatigheid in slapen en drinken omgaan. Bij andere leidt dit tot oververmoeidheid en jengelgedrag. Menig kind vertoont overactief gedrag door onderliggende vermoeidheid. Ze worden hongerig naar meer en lijken maar kort tevreden met iets te zijn. De verzorger onderkent niet dat er in feite meer van minder nodig is. Ongemerkt biedt hij een vermaakprogramma aan. En het kind wordt steeds in slaap geholpen in plaats van uit zichzelf in slaap te vallen. Meer van minder. Wat wordt hiermee bedoeld? Er valt veel te zeggen over het meer van minder wat zintuigindrukken betreft. Denk hierbij aan alles waaraan vele kinderen worden blootgesteld: de (te) vele uitstapjes, het (vele) speelgoed, radio, televisie en dergelijke. Voor de zuigeling: langer en minder vaak slapen. En wat drinken betreft: minder vaak, maar meer per keer. Baby’s die in plaats van vijf keer tien keer aan de borst drinken. Ze doen vele hazenslaapjes van tien minuten in plaats van dat zij drie tot vier maal per dag twee of drie uur achtereen slapen. Voor zo’n meer van minder patroon zijn regelmaat en duidelijke structuur nodig. De R van Rust en Regelmaat uit de ouderwetse drie R’s, maar dan gehanteerd vanuit inzicht en niet vanuit traditie. Het inbakeren is in veel gevallen een probaat hulpmiddel gebleken om het tij te doen keren van onrust naar rust en regelmaat. Bij het inbakeren bieden we het kind een liefdevolle begrenzing waardoor het bij zichzelf kan komen. We zeggen ermee ‘je mag loslaten, je hoeft even niet meer.’ Na het letterlijk naar binnen keren door de slaap, kan het uitgeruste kind zich weer vol overgave naar buiten richten. Door de begrenzing die het kind bij het inbakeren ondervindt, zal hij zich minder snel verliezen in de buitenwereld. Hij zal langer en aandachtiger met hetzelfde kunnen spelen zonder de ouder daarbij nodig te hebben. Wanneer we het inbakeren dan ook zien als begrenzing, staat het zeker niet op zichzelf. Het kan een fase bestrijken in een kinderleven, die op een andere wijze een vervolg behoeft. Zoals grenzen in het speelgoedaanbod en in wat wel en niet geoorloofd is. Grenzen op maat bieden het kind een vrijheid die hij aankan. Als deze grenzen consciëntieus en eenduidig worden aangeboden, geven zij het kind een gevoel van veiligheid en vertrouwen in de wereld en in zichzelf. |
| Wanneer toegepast? |
|
Allereerst moet men zich verzekeren dat het kind voldoende voeding krijgt. Onrust kan namelijk ook door honger veroorzaakt worden. Overleg bij twijfel met het consultatiebureau. Inbakeren kan behulpzaam zijn in de volgende situaties: - onregelmatig slapen en drinken Dit gedrag wordt vaak gezien bij kinderen die hazenslaapjes van een half uur of korter maken. Eenmaal wakker lijken ze door hun huilen/jengelen direct weer om aandacht te vragen. Vaak is er geen enkel ritme in hun drinkpatroon. Vaak drinken ze kleine beetjes, waardoor ze vaker vragen om in hun behoefte te kunnen voldoen. Ook drinken ze vaak onrustig. - het niet op eigen kracht in slaap kunnen komen - het zichzelf uit de slaap houden of te vroeg wakker worden (vaak slaap tekort) Gevolg:
- huilen als gevolg van darmkrampjes |
| Huilbaby's |
| Met name wijkverpleegkundigen van consultatiebureaus krijgen veel vragen van ouders hoe zij het best kunnen omgaan met prikkelbaar gedrag, waaronder het vele huilen van hun baby. Deze ouders hebben vaak veel belangstelling voor het inbakeren. In de literatuur wordt beschreven dat het inbakeren van huilende zuigelingen, de zogenaamde “huilbaby’s”, een goede methode is om deze kinderen tot rust te brengen. Huilbaby’s zijn vaak ook erg prikkelbaar. Prikkelbare baby’s huilen niet alleen veel, maar zijn ook moeilijk te troosten als ze overstuur zijn. Ook zijn deze baby’s over het algemeen heel actief en beweeglijk en vragen daardoor veel tijd en energie. Ze schrikken snel, zijn gauw afgeleid en uit hun normale doen. Vaak kan hun gemoedstoestand snel veranderen waardoor hun gedrag onvoorspelbaar wordt. Baarsma noemt prikkelbaarheid “irritabiliteit”. Hij verstaat hieronder heftig reageren op normale prikkels uit de omgeving. Dat kan een reactie op geluid of licht zijn, maar ook op aanraken of op het uit de slaap halen van de baby. De zuigeling reageert dan vaak met toename van beweeglijkheid en/of gespannen zijn. Na de eerste maand bestaat de reactie bij geringe prikkels uit schrikachtig gedrag en heftig huilen. Het kind neigt vaak tot overstrekken bij prikkels die het als onplezierig ervaart, en soms overstrekt het zich spontaan. Het excessief huilen gaat gepaard met sterk aanspannen van de spieren en je ziet dat het kind niet reageert op troosten. De kinderen spugen veel, slapen weinig, en hebben meer korte hazenslaapjes dan lange slaapperioden. Het overstrekkende kind ligt als een plank op de arm, is geen knuffelkind en maakt zo zijn ouders onzeker en ongerust (Baarsma 1983). Binnen de groep van pre- en dysmatuur geboren baby’s zijn prikkelbare baby’s oververtegenwoordigd. Dit is niet verwonderlijk als je bedenkt hoeveel onnatuurlijke prikkels en vaak intensieve zorg de baby in het ziekenhuis heeft meegemaakt. Bovendien moet het wennen aan iets geheel nieuws, namelijk de thuissituatie. |
| Contra-indicaties |
| Er mag niet ingebakerd worden bij de volgende verschijnselen: - Aangetoonde of behandelde heupdysplasie. - Koorts Kinderen met koorts moeten hun warmte goed kwijt kunnen. - Eerste 24 uur na de D(K)TP + HIP of andere vaccinaties In verband met eventuele koorts, als reactie op de vaccinatie. - Ernstige luchtweginfecties - Voorkeurshouding van de baby Deze kinderen hebben een asymmetrische houding. Stimulatie is nodig om naar een symmetrische houding te werken. Daarvoor moeten ze zich vrij kunnen bewegen. |
| Bijzondere omstandigheden? |
| Bij bijzondere omstandigheden, zoals spugen of eczeem, kan inbakeren soms wel worden toegepast. Maar niet altijd. Het is dan ook nodig vooraf een arts te raadplegen. Gedacht wordt aan de volgende situaties: - kinderen die veel spugen of bij wie de voeding omhoog komt. - kinderen met eczeem - kinderen met neurologische afwijkingen - zuigelingen met een laag geboortegewicht en te vroeg geboren. |
| Inbakeren in het ziekenhuis |
| In de jaren 70 werd in diverse ziekenhuizen in Nederland het inbakeren weer geïntroduceerd. Onder andere op de neonatologieafdeling van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam heeft men zeker al 25 jaar ervaring met het inbakeren pasgeborenen. Het inbakeren is een vast onderdeel van de zorg bij specifieke categorieën pasgeborenen. Een categorie pasgeborenen die tegenwoordig wordt ingebakerd op diverse neonatologie-afdelingen zijn pre- en/of dysmature baby’s. Hier wordt een hele andere vorm van inbakeren toegepast. Dit zou eigenlijk niet als inbakeren betiteld moeten worden, omdat in de praktijk wel eens blijkt dat dit verwarring schept. Bij te vroeg geboren baby’s gaat het in het kader van de op de ontwikkeling afgestemde zorg namelijk om een andere vorm van inbakeren. Bij deze kinderen gaat het ook niet om het strak inbakeren om onrust en huilgedrag te voorkomen. Het belangrijkste doel is ruimtelijke begrenzing aan te bieden. Hierbij wordt de prematuur omgeven door een steunrand en/of doeken en wordt een veilig nestje gecreëerd. Hierbij wordt het kind eventueel op zijn zij gelegd met zijn armpjes en beentjes licht gebogen en wordt de natuurlijke foetale houding mogelijk gemaakt. De begrenzing geeft hem steun om ontspannen in deze natuurlijke houding te liggen. De pre- en/of dysmature baby heeft onvoldoende spierkracht om de nog ongecontroleerde bewegingen te beheersen en hij heeft door die geringe spierkracht, moeite om zijn uitgestrekte armpjes en beentjes terug te brengen naar zijn lijfje. Een doek die losjes over hem wordt heen gelegd kan hem helpen bij het behouden van deze ontspannen ligging. |
| Tot welke leeftijd? |
| Inbakeren wordt vooral toegepast bij baby’s tussen de 3 weken en 6 maanden oud. |
| Wanneer met inbakeren beginnen? |
|
Het is belangrijk dat de ouder en het kind enkele dagen achter elkaar thuis zijn als met inbakeren wordt begonnen. De vertrouwde omgeving biedt de meeste rust en veiligheid om te wennen. Regelmaat en eenduidigheid zijn dan gemakkelijker aan te bieden. Het is beter om vlak voor een rustig weekend te beginnen. Verstoor het nieuwe ritme in de eerste dagen niet door boodschappen, wandelen of visite. Na één à twee weken zal er een redelijk stabiel slaap-waakritme ontstaan zijn. Baker het kind in bij de eerste signalen van moeheid. Dit zijn: - geeuwen - bleek worden - in de ogen wrijven - jengelen - drukker worden - oogcontact afbreken of wegkijken Wanneer dit bij de pasgeborenen nog niet zo duidelijk te onderscheiden is, kun je de eerste tijd je kind op de klok in bed leggen. Voor kinderen van drie tot zes weken oud is drie kwartier wakker zijn, inclusief voeding, al gauw genoeg. Ze gaan snel over hun grens.
|
| Slaaphouding van het ingebakerde kind |
| Het ingebakerde kind moet altijd op de rug te slapen worden gelegd. Zijligging is onstabiel, je kind zal gemakkelijk naar de buik kunnen rollen, en dat is risicovol. Probeer het hoofd zoveel mogelijk wisselligging te geven. Laat je ingebakerde kind nooit bij je in bed of op een waterbed slapen. |
| Van wennen tot afbouw |
| Bekijk je het inbakeren over langere tijd, dan kun je grofweg drie fases onderscheiden: de gewenningsfase (één tot twee weken) waarin het kind op verschillende manieren op het inbakeren kan reageren, van verzet en huilen, tot volledige overgave. Vaak volgt een terugval op de derde dag. Dan volgt de fase waarin het inbakeren tot gewoonte wordt en er een weerkerend patroon ontstaat dat ouder en kind rust schenkt.Stoppen met inbakeren kan vervolgens op verschillende manieren: van ineens tot trapsgewijs afbouwen. Begin met afbouwen op rustige dagen. Je merkt dat het te vroeg is om af te bouwen indien je kind terug valt in het oude patroon van veel huilen, moeite met inslapen en korter slapen. Pak dan de draad van het inbakeren in samenhang met zijn voorspelbare regelmaat direct weer op. Het is niet wenselijk de nieuwe onrust meerdere dagen te laten bestaan. |
| Onderzoek |
| In februari 2001 heeft een werkgroep ‘inbakeren’ van het Landelijk Centrum Ouder- en Kindzorg een rapport uitgebracht. Het doel van deze werkgroep is ontwikkelingen te stroomlijnen, wildgroei in adviezen te voorkomen en om kennis te bundelen. In het rapport staat beschreven dat inbakeren een gunstig effect lijkt te hebben op onrustige kinderen. Men beschrijft dat ingebakerde kinderen rustiger slapen en hun ouders heel tevreden zijn, waarschijnlijk omdat de vicieuze cirkel van onrust doorbroken wordt. Er wordt in het advies van de werkgroep ‘Inbakeren’ duidelijk vermeld dat er alleen ingebakerd moet worden bij bepaalde zuigelingen onder specifieke omstandigheden. Men raadt aan dat het inbakeren tijdens alle slaapmomenten wordt aangeboden en na het slapen de doeken te verwijderen. De duur van de inbakerperiode hangt volgens de werkgroep af van de specifieke situatie van het kind zelf, de ouders en de omgeving. Men geeft ouders vaak de raad om als men eenmaal gaat inbakeren om dit ongeveer zes weken achter elkaar te doen gedurende alle slaapjes. De baby heeft dan de tijd om te wennen aan de regelmaat in het patroon. Stopt men te snel, dan bereikt men het tegenovergestelde effect! Er moet voldoende tijd zijn om de nieuwe gewoonte te laten beklijven. Uit de ervaring die tot nu toe opgedaan is met het inbakeren van huilbaby’s, blijkt dat zuigelingen gemiddeld ongeveer drie maanden worden ingebakerd. Vaak is dan het gewenste effect bereikt en kan worden afgebouwd. De adviezen in combinatie met inbakeren heeft als doel dat het kind minder gaat huilen, meer/langere slaapperiodes heeft en dat er regelmaat in het dagritme ontstaat. Het resultaat moet zijn dat de interactie tussen ouder en kind een gunstig verloop krijgt en dat ouders kunnen omgaan met het gedrag van hun baby. Als een kind minder huilt en meer/langer gaat slapen, kunnen ouders weer meer rust ervaren en zich zekerder voelen in hun ouderrol. Vanuit die rust en zekerheid kunnen ouders zich dan openstellen voor de signalen die het kind geeft en hierop reageren. Deze wederzijdse interactie is zowel voor ouder als kind nodig om een veilige hechtingsrelatie te bewerkstelligen. Het inbakeren wordt dan gezien als een hulpmiddel bij het optimaliseren van de hechtingsrelatie. Bron: o.a. Landelijk Centrum Ouder- en Kindzorg, Werkgroep inbakeren, februari 2001 en Ria Blom: Inbakeren brengt rust; Een handleiding voor het inbakeren van je kind. Uitgeverij: Weleda Nederland NV. |
| Plaats en tijd? |
| Bij u aan huis als huisbezoek fysiotherapie. In overleg worden datum en tijd vastgelegd. |
| Kosten? |
| De kosten zijn gelijk aan die van een huisbezoek fysiotherapie. Deze worden door de ziektekostenverzekering vergoed. Een verwijzing van huisarts of consultatiebureauarts is dus niet noodzakelijk. |
| Aanmelden en informatie? |
| Voor aanmelding en informatie kunt u telefonisch terecht bij: Katelijne van Asten-de Brouwer of Ester Swillens-Teunissen ‘Fysiotherapie en Manuele therapie Vrancken-van den Schoor-de Maat ; Meijel: telefoonnr: 077-4662512 Heythuysen: telefoonnr: 0475-491876 |
| Copyright © 2010 Fysiotherapie Vrancken-van den Schoor-de Maat | Webdesign: DirkVersluisDotCom |