icon-ergoicon-fysioicon-handlogo-fysio Afspraak maken
Menu

Kinderfysiotherapie

De kinderfysiotherapeut behandelt kinderen van 0 tot 18 jaar, die problemen ondervinden met bewegen. Bewegen is voor kinderen belangrijk. Niet alleen voor de ontwikkeling van de motoriek, maar ook voor de ontwikkeling van sociale en emotionele vaardigheden. Kinderen leren door te bewegen hun eigen lichaam, hun grenzen én hun omgeving kennen. Ze leren contact te maken met anderen en te communiceren door te bewegen. Heeft een kind problemen met de motoriek, dan kan dit dus gevolgen hebben voor meerdere ontwikkelingsgebieden.

De Kinderfysiotherapeut helpt!

Heeft uw baby moeite met het oprichten van het hoofdje in buiklig? Heeft uw basisschoolleerling een afwijkend looppatroon of schrijfproblemen? Ziet u bij uw puber houdingsproblemen? De kinderfysiotherapeut helpt u graag verder. Per leeftijdsgroep volgen hieronder een aantal indicaties.

Wat doet de kinderfysiotherapeut?

Als uw kind wordt aangemeld voor kinderfysiotherapie, zal er eerst een gesprek met u en uw kind plaatsvinden. De kinderfysiotherapeut observeert tijdens een onderzoek uw kind terwijl het vrij beweegt en speelt. Daarnaast zijn er verschillende gestandaardiseerde meetinstrumenten om de motoriek in kaart te brengen. De kinderfysiotherapeut kijkt naar: wat kan het kind voor zijn leeftijd, hoe voert het kind de taak uit en waarom beweegt het kind op deze manier? De algemene ontwikkeling wordt meegenomen in de beoordeling.

Vervolgens stelt de kinderfysiotherapeut een behandelplan op. De behandeling is er op gericht de motorische en zintuiglijke ontwikkeling van uw kind te stimuleren. We maken gebruik van speciale oefenmaterialen en spelvormen. Bij baby's worden er vaak hanterings- en speladviezen gegeven die u thuis kunt toepassen.

Baby's van 0-2 jaar

Bij baby's kan de kinderfysiotherapeut ingeschakeld worden bij de volgende indicaties:

  • Voorkeurshouding
  • Afplatting van de schedel (plagiocephalie of brachycephalie, hetgeen vaak een gevolg is van een voorkeurshouding)
  • Prematuur (te vroeg) geboren baby’s
  • Vertraging in de motorische ontwikkeling
  • Billenschuiven of andere opvallende manieren van zich voortbewegen
  • Overstrekken
  • Onrust, veel huilen
  • Lage spierspanning of weinig kracht
  • Syndromen (o.a. syndroom van Down);
  • Neurologische (bv cerebrale parese) en/of orthopedische aandoeningen

Voorkeurshouding.
Bij baby's kan een voorkeurshouding ontstaan, dit betekent dat uw baby meestal het hoofdje naar rechts of links gedraaid houdt. Het hoofd kan hierbij niet volledig gedraaid worden over de volle 180 graden. Het kan ook zijn dat uw baby het hoofd onvoldoende spontaan draait en hiermee een voorkeurshouding heeft voor de middenpositie.

De kinderfysiotherapeut kan onderzoek doen om de oorzaak van de voorkeurshouding te achterhalen en te beoordelen of kinderfysiotherapeutische behandeling zinvol is. De behandeling zal zich richten op het geven van oefeningen om de beweeglijkheid en/of kracht te verbeteren. Daarnaast geven wij houdings- en positioneringsadviezen om thuis mee aan de slag te gaan.

Schedelmeting (Plagiocephalometrie)
Bij kinderen met een voorkeurshouding kan een afplatting van de schedel (schedelasymmetrie) ontstaan. Een andere naam voor schedelafplatting is plagiocephalie (of brachiocephalie). Deze afvlakking komt doordat de schedel van baby's nog zacht is en daardoor vervormbaar.

Plagiocephalometrie is een objectieve methode om de mate (ofwel de ernst) van de scheefheid vast te kunnen stellen. Bij deze meting wordt een thermoplastisch bandje om het hoofd van de baby gelegd en worden er op het bandje een aantal punten gemarkeerd. Vervolgens vindt er een berekening plaats, waarna een uitspraak gedaan kan worden over de mate van de scheefheid. De meting kan na een aantal weken/maanden herhaald worden om het beloop van de schedelvorm te kunnen objectiveren en te evalueren of de toegepaste adviezen/oefeningen het gewenste effect hebben.

Kinderen van 2 tot 4 jaar

De motorische ontwikkeling wordt vaak onderverdeeld in grove en fijne motoriek. Tot de grove motoriek behoort onder andere het rollen, kruipen, opstaan en gaan lopen. Als kinderen groter worden komen daar ook vaardigheden als fietsen, rennen, gooien, vangen en springen bij. Onder fijne motoriek verstaan we handvaardigheden als kleuren, puzzelen, knippen of een kraaltje oppakken.

Als de ontwikkeling van de grove en fijne motoriek niet vanzelf gaat, zijn ondergenoemde punten signalen voor motorische problemen bij kinderen van 2 tot 4 jaar:

  • Moeite met lopen of rennen.
  • Mijn kind valt veel vaker dan leeftijdsgenootjes.
  • Het bewegen ziet er niet soepel uit, is wat houterig/ onhandig.
  • In de speeltuin blijft hij moeite houden met klimmen en klauteren.
  • Mijn kind kan nog niet van een stoeprandje afspringen.
  • Mijn kind loopt nog steeds veel op de tenen.
  • Als mijn kind een bal wil schoppen, lukt dit niet.
  • Kan nog niet zelfstandig de trap oplopen.
  • Klaagt snel dat hij moe is als er een wandeling wordt gemaakt.
  • Het lukt niet om met de duplo te bouwen.
  • Aankleden lukt nog helemaal niet of kost veel moeite.

Basisschoolleerlingen 4 tot 12 jaar

Ook bij kinderen op de basisschool is bewegen belangrijk. Door veel te bewegen en (buiten) te spelen ontwikkelt een kind zich ook sociaal en emotioneel sterker. Ook lopen kinderen hierdoor minder risico op gezondheidsproblemen. Positieve fysieke ervaringen stimuleren het zelfvertrouwen van een kind. 

Als ouder ziet u vaak als eerste of een kind problemen ervaart met de motoriek. Uw kind kan ook zelf aangeven dat het bepaalde activiteiten lastig vindt om te doen. Op de basisschool kan ook de leerkracht problemen signaleren, bijvoorbeeld tijdens de gymles of bij het schrijven.

Voorbeelden van problemen in de basisschoolleeftijd worden hieronder genoemd.

Hulpvragen grove motoriek

  • Mijn kind kan zich niet zelf aan- en uitkleden of zijn veters strikken.
  • Mijn kind kan nog steeds niet fietsen of het fietsen zonder zijwieltjes lukt nog steeds niet.
  • Mijn kind kan bij de gymles niet goed mee omdat hij niet goed kan rennen, een bal gooien, op de kast klimmen en eraf springen, hinkelen of over een balk lopen.
  • Leeftijdsgenootjes vallen echt veel minder vaak dan mijn kind.
  • Het lopen en/of rennen ziet er houterig uit, hij loopt met de voeten naar binnen of hij loopt steeds op zijn tenen.
  • In de speeltuin is hij erg angstig, hij durft nergens op te klimmen.

Hulpvragen fijne motoriek

  • Mijn kind heeft moeite met kleuren en tekenen.
  • Mijn kind kan zijn veters niet zelf strikken en hij krijgt de knoop van zijn broek niet dicht.
  • Mijn kind schrijft erg slordig, onleesbaar of te langzaam.
  • Mijn kind kan niet goed knutselen en ook het knippen lukt niet.

Schrijfproblemen bij basisschoolkinderen

In de kleuterklassen worden al voorbereidende oefeningen gedaan voor het leren schrijven in groep 3. In groep 3 leert het kind in een korte tijd schrijven. Dit is een lastige vaardigheid, omdat er meerdere aandachtsgebieden bij betrokken zijn. Een goede houding en goed ontwikkelde motoriek is hierbij erg belangrijk. Veel gehoorde problemen met betrekking tot het schrijven zijn:

  • Mijn kind schrijft in een onleesbaar en slordig handschrift (dysgrafie), hierbij kunnen de letters onduidelijk zijn, maar bijvoorbeeld ook niet goed tussen of op de lijnen kunnen schrijven.
  • Mijn kind houdt zijn potlood niet goed vast.
  • Mijn kind klaagt over pijn in zijn vingers of kramp als hij langer moet schrijven.
  • Mijn kind kan niet goed stilzitten aan de tafel.
  • Het tempo van het schrijven is te traag.

Bij schrijfproblemen onderzoeken we of de problemen door motorische problemen worden veroorzaakt. Hiervoor worden verschillende testen gebruikt. Hierbij kunnen onder andere problemen naar voren komen zoals: moeite met vloeiendheid van bewegen, verkeerde penvatting waardoor het moeilijk is de fijne bewegingen te kunnen maken, de lettervormen onvoldoende beheersen. Het kan ook zijn dat het bewegen van pols/ hand/ vingers nog onvoldoende ontwikkeld is, waardoor het schrijven bemoeilijkt wordt.

In de behandeling worden er gerichte oefeningen gegeven om dit te verbeteren. Eventueel vindt er overleg met de leerkracht plaats om deze ook handvaten te geven voor in de klas.

Kinderen op middelbare schoolleeftijd: 12 tot 18 jaar

Indicaties bij jongeren op deze leeftijd kunnen zijn:

  • Houdingsafwijkingen, zoals:
    • Staan met een extreem holle rug
    • Kromme houding, bv tijdens gebruik van computer/ tablet / telefoon (tablet-nek, iPad-rug of Gameboy-rug)
    • Scoliose
    • Ziekte van Scheuermann
  • Orthopedische klachten, zoals enkel-, knie- of  rugklachten
  • Klachten ontstaan na een breuk of ongeval
  • Neurologische aandoeningen
  • Hyperventilatie
  • Hoofdpijn; vaak op basis van houding

Lichaamshouding bij jongeren

Het is een vaak gehoord probleem: jongeren met een slechte zithouding, slungelig lopen, hangen in plaats van rechtop staan. Dit heeft een oorzaak in het feit dat het lichaam in de puberteit grote veranderingen doormaakt. De puber groeit hard en de vorm van het lichaam verandert. De groei van de armen en benen gaat meestal sneller dan de groei van de romp. Omdat deze groei in een korte tijd gebeurt kan dit problemen geven met de coördinatie van bewegingen. Het bewegen gaat wat slordig en slungelig, dat kan een puber onzeker maken over zijn/haar lichaam en bewegingen. Die onzekerheid zie je terug in houding en gedrag.

Daarnaast heeft ook de hormonale verandering veel invloed op het welbevinden. Jongeren gaan ineens anders tegen dingen aankijken en er anders over denken, ze zijn bezig zich los te maken van hun ouders, ze willen niet anders zijn dan anderen leeftijdsgenoten, kopiëren daarbij gedrag van anderen en dat gaat weleens gepaard met spanning. De ontstane spanning veroorzaakt vaker hoofdpijnklachten.

Door huiswerk, heen en weer fietsen naar school, minder buitenspelen, nieuwe interesses, de uitbundige groei van het lichaam ben je als jongere moeilijker te motiveren voor beweging dan in de basisschooltijd. Bedenk echter dat je door meer bewegen en goed leren bewegen je je beter voelt. Je leert je lichaam beter kennen waardoor je meer  zelfvertrouwen krijgt.

Natuurlijk kunnen er ook andere oorzaken zijn. Het is daarom altijd goed om de klachten te bespreken met je kinderfysiotherapeut.

Andere indicaties

De kinderfysiotherapeut behandelt ook kinderen met een aangeboren of verworven aandoening, orthopedische klachten of klachten ontstaan na een trauma of ongeval.
Hieronder volgen enkele indicaties:

  • Syndroom van Down
  • Longaandoeningen zoals astma
  • Developmental Coordination Disorder (DCD)
  • Cerebrale Parese (CP)
  • Hypermobiliteit (Ehloers Danlos, Marfan, HMS)
  • Spierziekten
  • Kinderreuma
  • Botbreuken / fracturen
  • Fysieke problemen tijdens of na oncologische behandelingen
  • Chronisch vermoeidheidssyndroom

Specialisaties binnen de Kinderfysiotherapie

Kinderfysiotherapie bij plas- en poepproblemen

Kinderbekkenfysiotherapie
Bij de meeste kinderen is het zindelijk worden een proces dat ‘vanzelf’ gebeurt in de leeftijd van twee tot vier jaar. De basis voor het zindelijk worden ligt in het kunnen, willen en begrijpen. Een kind moet voelen dat hij of zij een plas of poep moet doen en dient te begrijpen waarvoor een toilet of potje dient.

Maar soms lukt het zindelijk worden niet zo goed en hebben kinderen ouder dan vijf jaar nog regelmatig een natte broek of ontlasting in de onderbroek. Ook als gevolg van een buikoperatie, een aangeboren afwijking of een traumatische ervaring kunnen problemen bij het plassen en poepen ontstaan.

Kinderbekkenfysiotherapie is een specialisatie binnen de fysiotherapie waarbij een kinderfysiotherapeut of bekkenfysiotherapeut zich heeft gespecialiseerd in de behandeling van kinderen met plas- en/of poepproblemen. De kinderbekkenfysiotherapeut gaat samen met u en uw kind onderzoeken of dit probleem opgelost kan worden.

De volgende problemen kunnen zich voordoen:

  • Plasongelukjes overdag
  • Bedplassen
  • Erg vaak moeten plassen
  • Blaasontstekingen
  • Poepongelukjes overdag
  • Angst om te plassen of te poepen (en soms daar altijd een luier voor aan willen)
  • Obstipatie (verstopping)
  • Buikpijn gecombineerd met bovenstaande symptomen

Het eerste consult
Om een goed beeld te krijgen van de klachten zal er eerst een gesprek plaats vinden met u en uw kind. Hierbij wordt de hulpvraag geïnventariseerd en krijgt u vragen over het plas- en poepgedrag, toilethouding, eten en drinken van uw kind.

U krijgt ook een vragenlijst en u gaat samen met uw kind enkele dagen vastleggen hoeveel hij drinkt. Soms stellen we voor een plas- en/of poep- dagboek bij te houden.
De kinderbekkenfysiotherapeut zal een lichamelijk onderzoek uitvoeren om een indruk te krijgen van de motoriek, houding en het gebruik van de bekkenbodemspieren.

De behandeling
Het behandelplan wordt opgesteld in samenspraak met de ouder(s), het kind en eventueel met de verwijzer. 
De behandeling kan bestaan uit:

  • Uitleg over plassen en poepen en wat het probleem is. Dit wordt gedaan op een manier die past bij de leeftijd van uw kind en wordt vaak ondersteund door tekeningen en boeken.
  • Het invullen van een plas- en/of poepdagboek.
  • Uitleg over het juiste toiletgedrag en de juiste toilethouding.
  • Adviezen over eten, drinken en bewegen.
  • Het leren aan- en ontspannen van de bekkenbodemspieren.
  • Oefeningen om op de juiste manier te leren plassen of poepen.
  • Oefeningen gericht op ademhaling en ontspanning.
  • De oefeningen en adviezen zullen in de thuissituatie in de praktijk moeten worden gebracht. Dit vraagt inzet en motivatie van het kind, maar ook van u, in het ondersteunen van uw kind om dit ook werkelijk uit te voeren.

Binnen onze praktijk kunt u voor behandeling en vragen terecht bij Ellen Peeten-Keijsers, kinderfysiotherapeut met aandacht voor bekkenbodemproblematiek bij kinderen.

Kinderfysiotherapie en sensorische informatieverwerkingsproblemen (SI)

Bij sommige kinderen werken de zintuigen niet goed samen en dan kunnen er Sensorische Informatie Verwerkingsproblemen (SI) ontstaan. Dit kan zich uiten in de motoriek en in het gedrag van het kind. Aanwijzingen voor SI kunnen zijn:

  • Onhandigheid in bewegen
  • Moeite met structuur in handelingen/plannen van taken
  • Prikkelzoekend gedrag
  • Prikkelvermijdend gedrag
  • Gedrag passend bij prikkelovergevoeligheid
  • Gedrag passend bij een gebrekkige registratie

Wordt het kind aangemeld voor SI-therapie, dan volgt een kinderfysiotherapeutisch onderzoek, bestaande uit een vraaggesprek, een sensory profile (een oudervragenlijst ter diagnostisering van SI), een observatie van het kind en het afnemen van gestandaardiseerde meetinstrumenten om de motoriek in relatie tot zintuiglijke prikkels in kaart te brengen. Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek wordt beslist of behandeling noodzakelijk is. De behandeling bestaat vooral uit het geven van voorlichting, advisering en coaching van de ouders en de directe leefomgeving van het kind, vaak ook binnen de school. Soms is advies en inzicht geven in het probleem voldoende. Er kan echter ook met kinderfysiotherapie gestart worden gericht op het verbeteren van de voorwaarden van senso-motorische leren of om specifieke vaardigheden te trainen.

Kinderfysiotherapeut en SI-therapeut, Ester Swillens, is gespecialiseerd  in sensomotorische informatieverwerkingstraining.

Babymassage

De babymassage is opgezet voor jonge ouders, die op deze manier hun baby beter willen leren kennen en daardoor gerichter leren inspelen op de behoeftes van hun kind. Aanraken is voor een pasgeborene de eerste taal, het eerste communicatiemiddel en speelt een essentiële rol bij de vorming van de relatie tussen ouder en kind. Massage heeft zowel emotioneel als lichamelijk een positieve werking. Hierdoor gaat de baby zich in alle opzichten prettig voelen, wat weer positief werkt op zijn/haar ontwikkeling.
Deze massage is tevens goed bruikbaar bij baby’s die veel huilen, buikkrampen hebben, onrustig zijn en zich overstrekken, maar ook bij couveuse baby’s, geadopteerde en gehandicapte baby’s. De cursus wordt gegeven door daartoe specifiek opgeleide kinderfysiotherapeuten met aantekening 'Babymassage en inbakeren'.



De cursusleidsters zijn:

  • Mevr. Ester Swillens-Teunissen
  • Mevr. Ellen Peeten-Keijsers

De cursus bestaat uit 5 bijeenkomsten van ruim een uur en is geschikt voor baby’s vanaf 6 weken tot 9 maanden.

De bijeenkomsten vinden plaats op de praktijk in:

  • Meijel: Kerkveld 2a
  • Heythuysen: Stationsstraat 17

Dag en tijd in overleg.
De kosten zijn 80 Euro voor de gehele cursus (inclusief uitgebreide cursusmap). Voor meer informatie of aanmelding kunt u contact opnemen met onze praktijk.

Verwijzing algemeen

U kunt met vragen over uw kind rechtstreeks terecht bij de kinderfysiotherapeut. Er is geen verwijsbrief nodig. Vaak komen kinderen bij de kinderfysiotherapeut terecht via verwijzing door de huisarts, consultatiebureau- of jeugdarts of specialist. Ook een leerkracht kan soms een rol spelen in het signaleren van problemen en ouders het advies geven om contact op te nemen met een kinderfysiotherapeut.

Vergoeding

Kinderfysiotherapie wordt 18 x vergoed vanuit de basisverzekering. Daarnaast kan het zijn dat uw aanvullende verzekering nog recht geeft op extra behandelingen. Neemt u dan bij vragen hierover contact op met uw zorgverzekeraar. 

Kinderfysiotherapeuten

  • Mevr. E.A.M.E. (Ester) Swillens - Teunissen
  • Mevr. E.D.A. (Ellen) Peeten - Keijsers